De Bloemenweek: een prachtige ervaring

De wandelingen worden ook in 2023 georganiseerd vanuit hotel La Randulina in Ramosch in de week van 25-30 juni. Reserveringen lopen via hun site: https://larandulina.com. De week is wel al bijna volgeboekt. Elke dag maken we een wandeling, soms vanuit het hotel, soms nemen we ook een stukje de bus of de trein. De wandelingen zijn op zich niet moeilijk (niveau 1 à 2) en we volgen een rustig tempo.  Per dag lopen we gemiddeld 10-15 km; de hoogteverschillen zijn 400 tot 800 m. We lopen door oude hellingbossen, breed uitgesleten dalen, smalle kloven, eeuwenoude voedselarme hooilanden en alpien terrein tot ongeveer 2700 m. Door de enorme variatie in bodems, ligging en het nog redelijk extensieve gebruik (veel biologische landbouw, weinig skipistes) is de biodiversiteit hoog. Al die planten hebben hun aantrekkingskracht op vlinders, vogels en andere dieren. Dus we kijken regelmatig om ons heen, want een steenarend of een groepje gemzen wil je niet missen! Daarnaast vertellen we over de geschiedenis van de streek en het gebruik van planten door de eeuwen heen.

 

Hoe was het in 2022?

Het was voorjaar en La Randulina opende zijn deuren, naar het leek als vanouds. Maar het was de eerste keer na de coronajaren dat de bloemenweek weer in juni werd gehouden en dat was toch bijzonder. Bovendien zat er een nieuwe 'crew' en ook dat was een aangename kennismaking. Wij ontbeten op het balkon, staken onze blote voeten in de waterbak na een wandeling, en hadden vakantie. Voorafgaand was het een zachte winter geweest met weinig sneeuw. Er was nauwelijks nog een sneeuwveld te bekennen op de toppen. Ook het voorjaar was extreem warm geweest. Dit gevoegd bij een wisselvallige meimaand zorgde ervoor dat de vegetatie even ver ontwikkeld was als vorig jaar juli. Er werd zelfs al hier en daar gemaaid. Gelukkig niet op de hoger gelegen Magerwiesen, daar gebeurt dat pas na 1 augustus, als ze al maaien.

Download
Waarnemingen bloemenweek in 2022
Plantenlijst Ramosch 20-25 juni 2022.pdf
Adobe Acrobat document 407.9 KB

Omdat men net boven Ramosch aan de weg bezig was, onder het mom van verbetering van de infrastructuur (lees: wegverbreding en verharding), zochten we de eerste dag ons heil hogerop, tussen Vnà en Discholas. Van de kleurenrijkdom werd iedereen heel gelukkig. Het zag geel van de ratelaars, rose van esparcette en grote muggenorchis, paars van de grote centaurie, blauw van klokjes en gentianen, wit van margrieten of wuivend wollegras op de nattere plekken. Of je het voor de eerste keer ziet of de tiende, altijd weer is het indrukwekkend. Dankzij al die bloemen vlogen er ook volop vlinders. De rode vuurvlinder en het morgenrood (beide diep-oranje) trokken alle fotografen aan. Om 4 uur stonden we klaar bij de bushalte in Vnà, maar we bleken niet de enigen. Er was nog een grote groep die naar beneden wilde. De vriendelijke chauffeur zag geen probleem en wist 40 mensen in zijn busje met twaalf stoelen te krijgen. De laatste zeven lieten zich door Jelmer ophalen.

Meestal valt het mee met de regen, maar op woensdag waren de voorspellingen echt heel donker en zo maakten we twee kortere tochten. In de ochtend vermaakten we ons bij ruïne Tschanüff, het voormalige kasteel van de heren van Ramosch, ooit de machtigsten van het hele dal. Elk jaar wordt de ruïne een beetje verder gerestaureerd. Tegenwoordig mag je er zelfs weer in. Er bleken heel leuke planten te staan, zoals rijncentaurie en knikkende distel. Voor de meest bijzondere moest je wel een eind over het hekje hangen. Dat werd geen beste foto dus van de huttentut. Tegen tienen waren we terug in La Randulina en droogden we weer op met heerlijke verse koffie.

Wilde weit en Rijncentaurie bij Tschanüff
Wilde weit en Rijncentaurie bij Tschanüff

In de middag klaarde het op en namen we bus en trein naar Ardez voor een rondje bij de Steinsberg, de tweede kasteelruïne van de dag. Onderweg zagen we maar liefst twee verschillende bremrapen, de blauwe bremraap en een gele, waarschijnlijk de gamanderbremraap. Bij de ruïne (niet meer opgebouwd sinds 1499…) troffen we onder meer de stinkende ruit. De geur viel wel mee trouwens. Met een grote bocht klauterden we omhoog door het bos en langs zonnige hellingen vol graslelies naar Chanoua, de 9e-eeuwse herberg, in onbruik geraakt toen in de 19e eeuw de Kantonalweg langs de Inn werd aangelegd. Bij Chanoua keerden we om en pakten de trein terug.

Op donderdagochtend dampten er witte nevelwolken boven de Inn, maar die losten snel op.. Een prima dag dus om naar de alpiene zone te gaan, en wel van Lavin richting de meertjes van Macun, wat steenbok betekent in het romaans. Die meertjes liggen op 2600 m, 1200 m hoger dan het dorp, wat je noemt een stevige tocht. De helft van de groep ging met Jelmer helemaal omhoog, voor de andere helft was de weg het doel, zogezegd. Via de app hielden we elkaar op de hoogte van onze ervaringen. Na grote pimpernel en nog grotere Turkse lelies kwam het oude sparrenbos met Linnaeusklokjes (echt heel veel), koraalwortel, wolfsklauw en baardmossen. De topgroep bereikte de meertjes (prachtig), de plantengroep nam de tijd op de Alp Zeznina Dadaint, waar men zich voorbereidde op de komst van de koeien. We liepen nog een paar honderd meter verder, met gentianen, alpenrozen, dwergwilgjes, een kabbelende bergbeek, marmotten en een fenomenaal uitzicht op de toppen van de Silvretta. Zonder enige hulp van een app meenden wij de Piz Buin en Piz Linard te onderscheiden. Om vijf uur stond iedereen weer beneden. Heel tevreden.

 

Vrijdag was het opnieuw goed weer. Onze gastenkaart gaf niet alleen toegang tot bus en trein maar ook tot de kabelbaan. Dus zweefden we als het ware gratis omhoog naar Motta Naluns (2150 m). We genoten van een riante koffieplek met tafels en bankjes bij een verlaten kabelbaanstation, en vandaar liepen we westwaarts naar Alp Clünas. Er stond bijzonder veel vanille-orchis en groene nachtorchis, naast de stoere bloemen van valkruid (beter bekend als Arnica), de witte vruchtpluizen van achtster (Dryas) en de zachtgele gletsjertragant. Een deel van de groep nam ook het ommetje via Lai da Minschun (2642 m), de twee stoersten onder ons pakten zelfs het geitenpaadje over de Piz Clünas (2791 m). Het was de moeite waard. Lai da Minschun bleek een idyllisch bergmeertje waar iedereen wel op de foto moest. Daaromheen allerlei alpiene planten waarvoor je op de knieën ging: alpenereprijs, alpenmansschild, alpengemskruid, alpenleeuwenbekje, en de kampioen bergstijger: zuiltjessteenbreek. Die is bloeiend waargenomen tot op 4500 m. De edelweiss was exclusief voorbehouden aan de wandelaars over de top. Overal zagen we marmotten. De kleintjes waren leuk aan het stoeien, de groten hielden de wacht. Bij Alp Laret hadden we tijd voor een hapje/drankje en vervolgens pakten we de stoeltjeslift bij Prui naar beneden. De laatste dag… Weer stond er een heerlijke maaltijd van Davor voor ons klaar. Wij wisselden ervaringen uit van deze eigenlijk veel te korte week en hopen dat het niet de laatste keer is geweest. Met hartelijke dank aan Jelmer en het hele team voor de gastvrijheid!

Boven Alp Laret, 2300 m
Boven Alp Laret, 2300 m

Zicht op de Engadiner Dolomieten (boven alp Laret)
Zicht op de Engadiner Dolomieten (boven alp Laret)