De Bloemenweek: een prachtige ervaring

Hoe ziet een bloemenweek eruit ?

 

De wandelingen worden georganiseerd vanuit hotel La Randulina in Ramosch. In 2019 is de bloemenweek van 17 tot en met 21 juni. De meeste deelnemers komen aan in het voorafgaande weekend. Dan heb je wat meer tijd om te acclimatiseren. Zie voor reserveren de site van het hotel. We maken gevarieerde dagtochten, afwisselend langs weiden en hooilanden, door beekdalen en bossen en naar de alpiene zone, boven de 2000 m. Soms lopen we vanuit het hotel, soms worden we met het hotelbusje op weg gebracht. De wandelingen zijn op zich niet moeilijk (niveau 1 à 2), al is het toch wat anders dan lopen in Nederland. Per dag lopen we gemiddeld 10-15 km; de hoogteverschillen zijn 400 tot 800 m. We kijken niet alleen naar bloemen maar ook naar vogels, vlinders en andere dieren, genieten van weidse uitzichten, nemen de tijd om foto´s te maken en verdiepen ons in de geschiedenis van de streek en het gebruik van planten door de eeuwen heen, van geneeskrachtig tot giftig of (vermeende) magische werking.

Hoe was het in 2019?

 

In de bergen loopt de plantengroei altijd wel een paar weken achter op die van Nederland. Hoe hoger je komt, hoe meer je naar het voorjaar teruggaat. Maar nu was het verschil wel heel groot. De lente was hier nog maar net begonnen, na een zeer koude en natte meimaand. Boven de 2000 m lag flink wat sneeuw, de beken waren vol. De orchideeën begonnen net te komen.

 

Op de eerste wandeling liepen we vanuit Vnà (1600 m) door het oude terrassenlandschap met voedselarme hooilanden terug naar Ramosch. De soortenrijkdom van dit gebied is uniek, ook voor Zwitserse begrippen. De bodems zijn hier afwisselend kalkrijk en kalkarm. Je ziet er daarom typische kalkplanten, zoals het geelhartje en de blauwe kogelbloem, maar ook Arnica (valkruid). Verder komen er diverse halfparasieten, zoals ratelaar, en zeer veel vlinderbloemigen (berg-, sikkel-, hauw-, rol-, hop-, wondklaver, esparcette…) voor. Die hebben vaak diepe penwortels, wat gunstig is voor de bodemstructuur. Qua vogels werden we ook goed bediend. Jonge kruisbekken bij de koffie en een grauwe klauwier aan het eind.

Op dag 2 liepen we een rondje om Ardez. Een karakteristiek Engadiner dorp op 1500 m, dat sinds de 17e eeuw maar weinig veranderd is (geen dorpsbranden, lawines of oorlogsgeweld). We liepen langs de ruïne Steinsberg aan de rand van het dorp. In het bos bloeiden eenbes, twee soorten salomonszegel en christoffelkruid, de alpenbosrank slingerde erdoorheen. Paradijslelies waren onze beloning op een steile en droge helling. Voorbij de herberg Chanoua (9e eeuw), aan de oude handelsweg naar Italië, liepen we door een parkachtig landschap met dikke oude lariksen, dennen, sparren, vette dotterbloemen en melige primula’s langs de waterstroompjes en hier en daar een kudde koeien. Tot slot een uitstapje door de rijke bloemenweiden van Pradasura, waar beemdkroon en duifkruid heel educatief naast elkaar stonden en koninginnepages en apollovlinders erboven dartelden. De toegift zat in twee steenarenden die koninklijk langs de bergwand zeilden.



Op dag 3 deden we een alpiene wandeling. Maarten bracht ons met het busje naar Buffalora, op bijna 2000 m vlak voor de Ofenpass, in het Nationaal Park. Het begin van het pad was weggeslagen door de rivier, breder en dieper dan anders en hard stromend. De oversteek vroeg om samenwerking, met vereende krachten, stokken en uitgestoken armen kwam iedereen er overheen. Daarna was het 400 m klimmen, maar op de alpenwei lachten de marmotten ons toe en vloog er een lammergier over. Er groeiden massaal groene nachtorchissen. De voorjaarsanemonen bloeiden tegelijk met sneeuwhei, kwastjesbloemen en krokussen. Botanisch was de gifboterbloem (Ranunculus thora) een hoogtepunt. Hij bloeit maar kort, heeft meestal maar één bloem en één schildvormig blad, en is behoorlijk zeldzaam.

 

Op dag 4 liepen we vanuit Guarda, een authentiek Engadiner dorp, het Val Tuoi in. Na een korte klim door een lariksbos met alpenroosjes en koeien, opende zich het panorama van het dal, aan de noordkant afgesloten door het Silvretta massief, aan de zuidkant door de Engadiner Dolomieten. De oost- en westkant van het dal hebben een heel verschillende kleur. Aan de westkant is de bodem kristallijn en de vegetatie arm (heidestruiken, nog nauwelijks in blad), de oostkant ziet veel groener. Hier is de bodem rijker aan kalk. Langs de vele beekjes groeide het stevig kartelblad, met diep roodbruine bloemen. De zwavelanemonen kleurden de alpenweiden vrolijk geel. Om 12 uur begon het zachtjes te regenen. Dat was wel op te vangen met poncho en paraplu. Maar twee uur later kwamen dikke zwarte wolken ineens van twee kanten tegelijk opzetten en begon het te onweren. De alpiene moerassen boven Alp Suot moesten we helaas laten schieten, maar daardoor hadden we wel de tijd voor een bezoek aan Guarda.

 

Op de laatste dag waren de weersvooruitzichten bagger. Een uitgelezen dag dus voor het Val Sinestra, dat met nevelslierten nog veel sfeervoller is. Val Sinestra is steil, dus hier en daar werden wat hulpmiddelen als staalkettingen en hangbruggen aangeboden. Langs het smalle bospad stond de ene na de andere orchidee: vogelnestje, muggenorchis, vliegenorchis, keverorchis, bosorchis... Topper was het venusschoentje, in vele tientallen, compleet met waterdruppeltjes. Dan telden we ook nog drie soorten wintergroen, de primitieve stekende wolfsklauw, meters breed uitgroeiend, en allerlei soorten kamperfoelie, hier geen klimplant maar een struik. Langs de beekjes bloeiden geluksklokjes, diep rose primula’s. Op de laatste pauzeplek volgden we een steenarend, zij het op grote afstand. En de regen? Die viel pas toen we weer thuis zaten.

 



Reacties van deelnemers

"Het was geweldig in het Unterengadin: de bloemenweek met Patricia gecombineerd met verblijf in het gastvrije hotel/pension la Randulina in Ramosch. In de weken na m'n vakantie is er nog het enthousiasme wanneer ik in bekenden- en vriendenkring verhaal over de bergwandelingen met Patricia.. Zij moet ongetwijfeld vele keren  in de hoge alpenweiden hebben gestruind om de bergflora in haar op te nemen en eigen te maken. Het was een vijftal dagen met een vrouw uit ons platte land die er ook van genoot de natuur van een ruig stukje Zwitserland aan ons te laten zien en er boeiend over te verhalen."  (Theo)

 

"Relaxte tijd gehad; dank voor je inzet en geduld " (Angelika)

 

"Heerlijke week was het. Zoveel gezien! Alleen de edelweiss nog gemist..." (Netty)

 

"Wat ik zo leuk vond: de zeer persoonlijke, soms humoristische uitleg met anekdotes, bijv.  waarom een bepaalde bloem zo heet." (Diny)

 

"Een prachtige omgeving, een gids die alles weet over de bergen, de planten en bloemen. En we werden goed verzorgd in een klein, schitterend gelegen hotel met een lekker ontbijt en 's avonds een heerlijke maaltijd." (Heleen)

 

"Ik heb heerlijk gewandeld door een schitterend weids berglandschap en kleurrijke bloemenvelden, in gezelschap van bloemenliefhebbers." (Hinder)